Reeds maandenlang vroeg het VBO om hierover samen te zitten met de regering. Een startvergadering was gepland begin februari. Maar toen schortte het ABVV het overleg op om nadien met de andere vakbonden actie te voeren. Het was nochtans hoog tijd voor duidelijkheid en rechtszekerheid op het terrein. Daarom prikte de minister van Werk meteen vergaderdata, voorlopig tot eind maart. Bedoeling is dat de tripartiete werkgroep regering-sociale partners tegen dan voorstellen uitwerkt voor een globale oplossing en minstens voor de ontslagregeling en de carenzdag, die door het Grondwettelijk Hof ongrondwettelijk werden verklaard vanaf 8 juli 2013. Die voorstellen moeten immers tijdig in wetgeving kunnen worden omgezet.
De speeltijd is voorbij. We moeten ons meteen concentreren op het ontslagrecht, dé grote knoop in dit verhaal. Eens die knoop ontward, is het pad geëffend voor de carenzdag en voor andere zaken die in dit kader geregeld moeten worden.
Van vakbondszijde kiest men eenvoudigweg voor de hamonisering naar boven toe. Onhaalbaar, verre van realistisch of toekomstgericht, en op termijn dé weg naar sociale afbraak. Gaan zij voorbij aan de nood aan een modern arbeids- en ontslagrecht, dat bescherming biedt, maar evenzeer aanwervingen en mobiliteit bevordert, inzet op begeleiding en transitie naar een nieuwe job en kansen biedt aan zij die aan de zijlijn staan? Het VBO kiest ervoor om de begane paden te verlaten en heeft zijn voorstel klaar (zie Opinie in Impact van 6 februari 2013). Evenwicht, rechtszekerheid, EU-benchmark, het concurrentievermogen van ondernemingen, arbeidsmarkt en werkgelegenheid, het beperken van de impact voor alle betrokken partijen (werkgevers, werknemers én overheid),… nemen we daarin mee.
Harmoniseren naar boven toe betekent de doodsteek voor tal van sectoren en ondernemingen. En meteen ook voor heel wat werkgelegenheid. Alleen al een loonkostentoename van 2% tot 4% voor het interprofessionele luik, los van de impact ervan op sectoraal en ondernemingsvlak, zou leiden tot het verlies van 60.000 banen. Ruimer gezien, daar sectoren en bedrijven zullen verdwijnen of delokaliseren, zal het potentiële jobverlies nog veel hoger oplopen. Dit is dan ook kiezen voor achteruitgang voor iedereen, economisch (groei) én sociaal (werkgelegenheid en welvaart).
Voorlopig lijkt het water diep. Hopelijk zegeviert de rede en vinden we in de komende weken een evenwichtige oplossing voor alle partijen in het verhaal. Dan winnen we samen. Anders verliest iedereen, onmiddellijk en zeker op termijn.
Bart Buysse, directeur-generaal